De hondsdolheidinjecties

In het najaar van 1962 of 1963 speelde de zevenjarige Rein Mulder, woonachtig aan de P.C. Hooftstraat, in het Amsterdamse Vondelpark. Tijdens het buitenspelen, ter hoogte van de Vondelbrug, werd hij plotseling gebeten door een bruine-zwarte herdershond. De beet veroorzaakte paniek, want in die periode heerste in Nederland de ziekte hondsdolheid (rabiës). Het voorval werd kort daarop vermeld in de krant Het Parool, waarin de vader van Rein een oproep deed aan de eigenares van de hond om zich te melden, zodat kon worden vastgesteld of het dier gezond was. Niemand reageerde op deze oproep, waardoor Rein Mulder jr. noodgedwongen de volledige serie hondsdolheidinjecties moest ondergaan.

Krantenartikel Rein Mulder

Krantenartikel Rein Mulder

Copyrights: All rights reserved

De medische behandeling
De behandeling vond plaats in een Amsterdams ziekenhuis, vermoedelijk het Wilhelmina Gasthuis. In die tijd bestond het vaccin uit het klassieke Pasteur-vaccin, bereid op dierlijk weefsel, dat een heftige reactie veroorzaakte. De injecties werden dagelijks toegediend in de buikwand, rondom de navel – een uiterst pijnlijke behandeling die bij veel kinderen langdurige zwellingen en littekens veroorzaakte. Rein herinnerde zich dat de prikken een harde bult achterlieten en wekenlang pijn deden. De kuur duurde bijna drie weken.

Maatschappelijke context
In 1962–1963 kende Nederland een kleine uitbraak van hondsdolheid. In Amsterdam werden meerdere loslopende honden getest of gerapporteerd, en de GGD waarschuwde ouders om kinderen uit de buurt te houden van onbekende dieren. Het Parool en andere dagbladen publiceerden geregeld berichten over bijtincidenten en oproepen aan hondenbezitters om zich te melden. Vaccinatie was de enige manier om een vrijwel altijd dodelijke infectie te voorkomen. Deze voorvallen leidden tot strengere regels voor hondenbezit in stedelijke gebieden.

De familie Mulder en het Amsterdam van toen
Rein groeide op in de Watergraafsmeer en verhuisde later met zijn ouders naar de P.C. Hooftstraat, nabij het Vondelpark. Zijn vader, Rein Mulder sr. (1927–2007), was fotograaf, reclametekenaar en later schrijver van het boek Een Amsterdamse jongen in oorlogstijd. Het gezin kende de stad tot in haar hart – van de parken en grachten tot de drukke straten vol verhalen. De beet in het Vondelpark en de daaropvolgende behandeling zijn een indringend voorbeeld van hoe het dagelijkse stadsleven en volksgezondheid elkaar kruisten in de jaren zestig.

Reflectie en historische betekenis
Rein Mulder herinnert zich de periode van ziekenhuisbezoeken en pijnlijke injecties als een kinderlijke nachtmerrie, maar ook als onderdeel van de tijdsgeest waarin gezondheid, angst en verantwoordelijkheid nauw verweven waren. Het incident kreeg geen nasleep in de pers – de vrouw met de hond meldde zich nooit – maar bleef in het geheugen gegrift als een stille episode van kinderleed. Tegenwoordig is de behandeling tegen hondsdolheid veel milder en veiliger, maar dit verhaal herinnert eraan hoe kwetsbaar en dapper kinderen in die tijd konden zijn. Het document draagt bij aan de sociale en medische geschiedenis van Amsterdam en verdient een plaats binnen een stedelijke of medische erfgoedcollectie

 

Copyrights: All rights reserved

2544 times viewed

No reactions

Add your reaction